Een beetje geschiedenis.

In 120 jaar werden er 400 tot 500 bastides gebouwd. We kunnen wel stellen dat deze overvloed van nieuwe steden de belangrijkste gebeurtenis was in de de geschiedenis van het Zuid Westen.

De oorsprong van het woord bastide.

In de Languedoc betekent het woord bastide simpel een constructie; later kreeg het de betekenis van ‘stad in aanbouw’/’nieuwe stad’. Het werd ook gebruikt om nieuwe wijken, die aan een oude stad werden aangebouwd, te benoemen.

De historische context

Er is bewijs gevonden van de aanwezigheid van Kelten, rond Cancon, tussen 450 en 25 voor Christus, en vervolgens van Franken. In 511 maakte het gebied deel uit van het koninkrijk van de Soissons.

Het aan de macht komen van de Karolingers, een dynastie van Frankische koningen die van 751 tot 987 over West-Europa regeerden, markeert het begin van de Middeleeuwen. Het woord "Karolingisch" is afgeleid van Carolus: het is zowel de voornaam (in het latijns) van Karel Martel (690-741), de stichter van deze dynastie, maar ook die van zijn kleinzoon Karel de Grote (742 (?) - 814 ). Die laatste wordt beschouwd als de meest bekende koning van deze lijn.

In 778, na de nederlaag tegen Roncesvalles, stichtte Karel de Grote het graafschap Toulouse, om de verdediging en de strijd tegen de Vascons te coördineren. Dit graafschap is geïntegreerd in het koninkrijk Aquitaine, dat drie jaar later werd opgericht, maar vervolgens in 850 weer uiteenviel. Het machtscentrum verhuisde toen naar Poitiers, en de graven van Rouergue, die ook eigenaar zijn van Toulouse, erfden het.

Het tijdperk van de bouw van de bastides.

De meeste bastides zijn gebouwd tussen 1230 en 1350. Dit komt overeen met de periode van vrede tussen de Albigenzenoorlog en de Honderdjarige Oorlog. In die tijd hadden de Verdragen van Parijs van 1229 en 1259 het politieke lot van de regio bezegeld door twee rivaliserende zones te creëren: de Midi Aquitain die onder Engelse invloed stond en de Midi Languedocien die onder Franse invloed stond. De Gascogne, gelegen tussen de twee zones, was dan ook gedoemd om eindeloos te worden betwist. Deze periode komt ook overeen met een opmerkelijke economische bloei, waarvan de bastides een duidelijke uiting waren. Hoe kon zo'n opbloei ontstaan ?

Les Comtés de Toulouse, par Odejea, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3528115 

Er zijn verschillende redenen voor dit fenomeen.

Ten eerste waren de oorlogen bijna voorbij, te wijten aan de strijders: de vele conflicten hadden de gebieden van de Languedoc, de Quercy en de vallei van de Garonne verwoest, achtergelaten zonder verdediging en met minder bevolking dan voorheen. Tijdens de periode van vrede, stopte de demografie met dalen, stabiliseerde ze zich en begon toen opnieuw te stijgen. De uitdijende bevolkingsgroepen hadden land nodig om zich te ontwikkelen: hun behoefte aan stabiliteit viel samen met de wens van de cisterciënzermonniken om hun rijkdom te gebruiken. Grote uitgestrekte bossen en heidevelden, die toen nog niet werden geëxploiteerd en gelegen waren op de gigantische domeinen van de kloosters, werden afgestaan ​​aan adelijke en aanzienlijke heren om de stedelijke gebieden te ontwikkelen.

De terugkeer naar vrede was dus een essentiële voorwaarde voor de demografische ontwikkeling van de regio – eigenlijk een heel logisch fenomeen !

Feodale bevoegdheden waren ook essentieel voor deze ontwikkeling. De eerste bastides werden gebouwd door Raimond VII, graaf van Toulouse, die samen met zijn opvolger Alphonse de Poitiers, broer van Saint Louis, een beslissende rol speelde in de geschiedenis van de bastides. Raimond was de promotor, en Alphonse de uitvoerder en degene die aan deze nieuwe steden de vormen gaf die vervolgens als model zouden dienen voor alle stichters van bastides: dat waren koningen van Frankrijk of Engeland, grote lekenheren of zelfs de kerk.

Raimond VII, stichter van de bastides

Raimond VII heft, om politieke en financiële redenen, een veertigtal bastides gesticht. Met de ondertekening van het Verdrag van Parijs van 1229 had hij driekwart van de Languedoc verloren, maar hij had nog steeds een enorme heerlijkheid rond Toulouse, het graafschap Toulouse. Tegenwoordig komt dit overeen met de departementen Haute-Garonne, enkele fragmenten van de Ariège, de Gers, de Tarn-et-Garonne en de noordelijke Tarn. Hij bouwde zijn bastides langs de Tarn. Sommigen zagen daarin de wens om een ​​verdedigingslinie aan te leggen, maar er zijn geen teksten of archeologische overblijfselen die dit bevestigen. In werkelijkheid was zijn doel om op deze grens zijn domein, dat verarmd was door de vrijheden van zijn voorouders, te herstellen door gronden te groeperen (door aankoop of door handel) en daar een bevolking te vestigen. Echter deze bevolking dreigde te emigreren naar de naburige heerlijkheden als hij hun geen woonruimte zou aanbieden.

Zo versterkte hij zijn macht en vergrootte hij zijn middelen: inkomsten in geld en in natura uit de teelt van het land, opbrengsten uit rechtspraak en gebruiksbelasting. De bewoners wonnen er ook bij: ze kregen land, vaak braakliggend, dat ze in cultuur konden brengen. Ze beschikten over materialen, hout en steengroeven om te bouwen. Ze waren ook veiliger en genoten de voordelen van de bescherming van een machtige heer.

Raimond voldeed aan de perfecte voorwaarden om dergelijke steden te kunnen stichten: hij was nog steeds, ondanks het Verdrag van Parijs, de grootste grondbezitter in het Zuiden. Het was noodzakelijk om voldoende landbouwgrond en bossen in bezit te hebben voor de behoeften van een toekomstige stad, maar ook om volledige jurisdictie te hebben om de opkomende agglomeratie privileges te geven. Er zijn maar weinig heren die hetzelfde konden zeggen !

Alphonse van Poitiers

Alphonse de Poitiers, graaf van Toulouse in 1249, zette Raimonds acties voort, maar met nieuwe methoden.

In tegenstelling tot Raimond, die alle mogelijke middelen, al dan niet regulier, had gebruikt om zijn bastides te ontwikkelen (inbeslagname van land van mensen die verdacht werden van ketterij bijvoorbeeld), stichtte Alphonse geen bastides zonder voorafgaand gedegen onderzoek naar zijn rechten. Zo informeerde hij naar de eigenaar van de grond en de datum van het verkrijgen van het eigendom, wie de jurisdictie uitoefende, welke voor- en nadelen zouden kunnen voortvloeien uit de stichting van een nieuwe bastide... Bepaalde projecten werden daarom niet doorgezet omdat de rechten in de bastide zouden botsen met de rechten van bepaalde heren of reeds bestaande gemeenschappen; andere werden opgeschort totdat de rechten van elk van de partners beter bekend zouden zijn.

Als Alphonse de Poitiers voelde dat hij kon ingaan op een verzoek  van samenwerking van andere heren, paste hij een al bestaande, oude vorm van samenwerking toe: de paréage. De paréage ligt aan de basis van de meeste bastides. Zo bundelen twee of meer mensen hun eigendom en hun rechten in een stad of in een bepaald gebied, door middel van een gelijke verdeling van winst en kosten: een echte "samenleving voor gezamenlijke exploitatie" (Léon Gallet, The Treaties de pariage in feudal Frankrijk, 1935). In deze contracten zorgde Alphonse voor de garantie van zijn gezag, veiligheid en bracht hij krachtige financiële middelen in. De andere partij(en), zoals cisterciënzerkloosters, bisschoppen en plaatselijke edelen, brachten het land in en, meestal, de het recht om recht te spreken. In een tijd waarin land de belangrijkste bron van rijkdom was, vergrootte Alphonse de Poitiers dus, op een goedkope manier,  zijn vruchtgebruik en zijn inkomsten.

Politieke en financiële redenen, verlangen om hun gezag uit te breiden en om hun inkomsten te vergroten; het waren altijd dezelfde redenen (voor de laatste twee graven van Toulouse, voor de koningen van Frankrijk en hun opvolgens, na de hereniging van het graafschap met de kroon in 1271), die hun handelen verklaarden.

Officiële overeenkomsten en hun voordelen

De paréage bleef, op zeldzame uitzonderingen na, de enige basisovereenkomst die in gebruik was. Deze zorgde ervoor dat alle bastides een wekelijkse markt en één of twee jaarmarkten hadden, waarvoor de data werden vastgelegd. Maar de specifieke regels hoe te handelen op de markt werden niet in detail uiteengezet, behalve in de charte de coutume (handvest van regels). Deze tekst, een overeenkomst tussen de bewoners en de heer, werd noodzakelijk toen de bastides zo floreerden dat het een echt centrum van handel en uitwisseling werd. Er werd een speciale plek voor de markt aangewezen en er kon niets worden verkocht op andere plekken. Alle soorten goederen, levensmiddelen, levend vee, rauwe producten en bewerkte producten werden belast.

Ter vergelijking: nieuwe steden hadden voordelen verkregen ten opzichte van oudere steden; in andere provincies werden regelmatig markten en beurzen gehouden. Het was dus wel degelijk een voorrecht: de bastides werden al snel belangrijke ruilplaatsen. Dit was ook het doel van hun oprichters, vooral voor de bastides die langs de grote valleien van de Garonne, de Tarn en de Lot waren gebouwd.

Document: gedeelte uit een correspondentieregister van Alphonse de Poitiers, waarin, in 1269, wordt bevestigd dat in 1256 aan Monflanquin een charte (handvest) werd verleend

De Charte (het handvest van regels) van Monflanquin werd geratificeerd in 1256, die van Castillonnès in 1266 en die van Villeréal in 1269.

De Charte bepaalde niet alleen de dagen van markten en beurzen: het stelde de regels, rechten en plichten van alle inwoners vast. Dorpelingen, edelen, ridders of religieuzen: ze moesten het allemaal respecteren. Er werden ook sancties voorzien, die voor iedereen gelijk waren, en afhankelijk waren van het delict of het gepleegde misdrijf. Het was een democratische, sociale organisatie, gebaseerd op gelijkheid; zeer vooruitlopend voor die tijd !

Deze gemeenschappen hebben een blijvend effect gehad op het grondgebied: ze zijn opgericht voor de ontginning en exploitatie van grote stukken grond, bevolkt door vrije mensen, die werden aangetrokken door belangrijke wettelijke en commerciële privileges. Ze hebben de macht van hun oprichters veilig gesteld. Ze hebben dus in grote mate bijgedragen aan de samenstelling en manier van leven van de huidige bevolking van het zuidwesten.

 

Voor meer informatie over de bastides en de middeleeuwen, bezoek het Musée des Bastides in Monflanquin!

Le Sud-Ouest de la France vers 1650 = Het Zuid-Westen van Frankrijk rond 1650

 

Bronnen:

Kaarten : 

Teksten :

  • Comment se sont créées les bastides du Sud-Ouest de la France, d'Odon de Saint-Blanquat (1949)
  • le site patrimoinmonflanquin.free.fr de M. Georges Odo
  • Chroniques de Montflanquin, de Sylvie Wojciechowski

Foto : Lezbroz

  • Image
  • Image
  • Image